Paulien en Jos van Amerpoort

Paulien kan me rustig krijgen, gewoon door te blijven

Vijf dagen in de week is Jos (33) te vinden in de binnenstad van Utrecht. Hij zet daar voor een broodjeszaak iedere ochtend het terras klaar. “Een heel leuk baantje”, zegt hij. “Helemaal top.” Het geeft hem de structuur die hij in zijn leven nodig heeft en de sociale contacten: “Ik kom hier in de binnenstad allemaal mensen van vroeger tegen.” Wie zo met hem een praatje maakt, denkt: een gewone man. Maar Jos vertelt dat vooral dankzij begeleiding zijn leven nu redelijk probleemloos blijft lopen.


 

Die begeleiding krijgt hij van het team van De Kiezel, een onderdeel van Amerpoort. De Kiezel richt zich op een voor de gehandicaptenzorg zeer specifieke groep cliënten: licht verstandelijk gehandicapten met een psychiatrische stoornis, vaak in combinatie met een drugs- en drankverslaving. Het team van de Kiezel bestaat uit zes begeleiders, een gedragsdeskundige en een manager. De begeleiders zijn er 24 uur per dag voor hun vijftien cliënten.

Gebeurtenissen stapelen zich op
Zelf vindt Jos dat hij niet echt past in de gehandicaptenzorg. “Ik ben niet gehandicapt, ik heb beperkingen. Ik loop in mijn hoofd een paar jaar achter, dat is alles.” En soms krijgt hij ‘een kronkel in zijn hoofd’, zoals hij dat noemt. Die kronkel komt er als gebeurtenissen zich opstapelen. Hij kan dan enorm agressief worden. “Dan vliegt het materiaal in het rond.” Drankverslaving, dakloos zijn, opname in een psychiatrische kliniek. Dat is wat hij al achter de rug had, voordat hij bij De Kiezel kwam.

“Ik hoef maar te kijken en ze weet al genoeg”
Maar nu gaat het goed, vertelt Jos. “De structuur is er nu. Ik woon al 2,5 jaar met twee anderen in een klein spoorweghuisje van De Kiezel. Ik heb een heel leuk baantje in de ochtenduren en ’s middags doe ik productiewerk bij UW Reïntegratie. Minimaal een keer in de week spreek ik een begeleider. Een telefoontje volstaat meestal. Maar soms kom ik ook even een kop koffie drinken, bijvoorbeeld met Paulien. Met Paulien babbel ik een heel eind weg. Ik kan met haar dieper op dingen ingaan. Dat is ontzettend belangrijk voor me, want dan kun je je gedachten bij haar even verifiëren: je kunt de dingen zo zien, maar je kunt ze ook anders zien.”

“Als alles reilt en zeilt, is het rustig in mijn bovenkamer. Maar als dingen zich opstapelen, komt er kortsluiting.” De begeleiders, zoals Paulien, zijn erop getraind om precies aan te voelen wanneer dit moment nadert en in rust te handelen. Jos: “Bij Paulien hoef ik maar te kijken en ze weet al genoeg. Ze weet hoe ik ben als ik kan ontploffen. En ook als dat gebeurt, is ze er voor me. Paulien kan me rustig krijgen, gewoon door er te zijn en bij me te blijven. Ook al gaat het nu al een tijdje goed, ik weet ontzettend zeker dat het misgaat als ik Paulien en de andere begeleiders niet heb.”

 



 

Terug naar Nieuws en praktijkverhalen